Geen posters maar krijt

Straatfantast van Bert HanaVanaf donderdag 9 juni speelt Bert Hana Straatfantast in theater Bellevue. Een voorstelling waarin hij, aan de hand van een inboedel die bij het grofvuil stond, een leven reconstrueert. Voor de marketing heeft hij een originele en lowbudget oplossing bedacht: stoepkrijten.

Read More

j j j

Ter inspiratie: De Outsiders

Flap De Outsiders, S.E. HiltonWie schrijft moet ook lezen, het breidt je woordenschat uit, kan je stijl beïnvloeden (positief en negatief) en kan inspireren. Mijn boek gaat over een jongen die worstelt met de afstand tussen hem en zijn moeder die steeds groter wordt. Ik zit dus een beetje in de bildungsromannetjes, jeugd en gekkigheid.

Onlangs is The Outsiders “eindelijk vertaald” (dat is op de flap geplakt met een sticker die je er niet meer af krijgt) en uitgebracht bij Thomas Rap. S. E. Hinton schreef het in 1967 in de Verenigde Staten waar het een hit was en is. Al snel werd het boek verfilmd en 43 jaar later is het dan “eindelijk vertaald”.
Read More

j j j

Wil je met mij mee naar het theater?

Beste vrienden, familie, kennissen en werkrelaties,
De afgelopen tijd heb ik mij heel erg opgewonden over dat er wordt bezuinigd op de podiumkunsten. Uiteraard kan ik hier een uitgebreid betoog geven over waarom het economisch voordeliger is, dat het boekhoudkundig onhandig is en dat het onrechtvaardig is, maar blijkbaar werkt dat niet.
Daarom wil ik jullie vragen of jullie een keer met mij mee willen naar het theater. Ik wil jullie niet vertellen wat ik er zo mooi aan vind en belangrijk ik wil het jullie laten zien, in de hoop dat jullie dat dan ook weer doen met jullie vrienden, familie, kennissen en werkrelaties. Heel erg een-betere-wereld-begint-bij-jezelf en bak-mee-met-de-vriendschaps-cake dus.
Dus: wil je met mij mee naar het theater? Ik betaal en garandeer je een leuke avond! Stuur me dan even een mailtje.
Groet en hopelijk tot snel,
Tjeerd

j j j

Sleur is een roofdier

Het is een tijdje geleden dat ik over boeken heb gelogd. Ik heb tussendoor wel gelezen, maar ben er niet aan toegekomen om er over te schrijven.

Neem van mij aan: Het diner, Harry Potter en de relieken des doods (op zijn eigen manier), De helaasheid der dingen, The world According to Garp en De eenzaamheid van de priemgetallen, zijn goed te doen.

Dit logje gaat over Sleur is een roofdier, van D. Hooijer. Bekroond met de Libris Literatuurprijs in 2008.

“De auteur heeft alle registers van het vertellen opengetrokken. Dat leverde negen ongewone, fascinerende verhalen op, waarin niets vaststaat, afgerond of eenduidig is. In die verhalen heeft zij een delicaat evenwicht weten te vinden tussen vertelling en vertelwijze, tussen inhoud en vorm. Hooijer slaagt erin te verrassen, te ontroeren en te doen lachen”.

Aldus de Libris jury in haar rapport, en terecht.

Sleur is een roofdier is niet alleen de titel van een van de verhalen. Maar het is ook de eindconclusie na negen verhalen. Over een man die alleen nog maar potent is bij een hoer, over een vrouw die een pleegkindje neemt als haar man in de cel komt, over alcoholist die om zijn angsten te overwinnen in bomen klimt, terwijl zijn begeleidster lunchpaketjes haalt. Een aantal van de surrealistische settings van Sleur is een roofdier. Dat alles gaat gepaard met een sobere, strakke, stijl, waarin elke zin op zichzelf staat en er voor de goede lezer scherpe, humoristische observaties zitten.

Het enige rare is dat de verhalen je niet bijblijven. De sfeer wel, maar de verhalen wel. Hannah Roelofs, heeft het boek ook gelezen en zij had precies hetzelfde. Ik moet ook opbiechten dat ik voor de voorbeelden van hierboven even heb moeten Googlen, op zoek naar een andere recensie met een korte samenvatting.

Is dit erg? Ik vind van niet. Ik vind het interessant. Het is een reden om het boek nog een keer te lezen, niet als verhaal, maar als studieobject. Hoe krijgt Hooijer het voor elkaar te boeien, suspense te creëren, met een verhaal, waar uiteindelijk alleen de sfeer je van bijblijft? En niet omdat het al een tijdje geleden is, nee je legt het weg en je vraagt het je meteen af.

Kortom: Sleur is een roofdier is een boek waar je (of ik) wat van kunt leren. Iets wat je opnieuw kunt lezen, zonder dat het gaat vervelen. Om de voorspelbare opmerking maar te maken: de sleur komt er niet in.

Sleur is een roofdier is te koop voor €16,00. Een echte recensie vindt je hier (“Wat is het verschil tussen trut en tut?”, De Volkskrant) een interview met D. Hooijer vindt je hier (“D. Hooijer over poëzie, stijl, het café en plannen”, NRC Handelsblad) en informatie over D. Hooijer vindt je natuurlijk op Wikipedia.

j j j

Boekje uit: Vochtige Streken

‘Vochtige streken’ is verreweg het meest smerige, walgelijke boek dat ik heb gelezen. Of het door de hoofdpersoon komt, een achttien jarig meisje dat haar eigen smegma eet en haar handen aflikt nadat ze operatief verwijderde stukjes (waaronder aambeien) uit haar lichaam heeft “onderzocht”, of door de minutieuze beschrijving van dat alles, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat de een van de flapteksten: “… Omgeven door zoemende machines overdenkt ze op onverbloemde wijze de gaven van het vrouwelijk lichaam. Charlotte Roche schreef met vochtige streken een uitgesproken roman…” een understatement is. En niet zo’n kleine ook.

Het verhaal is eenvoudig: Helen Memel (achttien) ligt in het ziekenhuis, omdat ze tijdens het scheren van haar anus een foutje heeft gemaakt, met als gevolgd een ontstoken anale fissuur heeft, waar haar aambeien op drukken. Iets wat, klaarblijkelijk, ontzettend veel pijn doet (dus er is wél gerechtigheid!). We maken de operatie en het herstelproces mee. Ondertussen probeert Helen haar gescheiden ouders weer te koppelen, en haar advocadopitten goed te verzorgen.

Roche weet dit verhaal in 215 pagina’s te vertellen. De bladspiegel is zo licht (ruime marges, ruime regelafstand) dat het boek zich in een middag laat uitlezen.

Een aantal vragen die mij bezig hielden tijdens het lezen: is dit autobiografisch? is dit normaal en heb ik tot nu toe heel fijn aangenaam burgerlijke vriendinnetjes gehad? hoe komt Charlotte Roche er bij dat mannen zich hier mee kunnen aftrekken? Op alle drie de vragen heb ik geen antwoord gevonden.

De stijl is eenvoudig. Het lijkt alsof het boek in een keer is geschreven, daarna even snel is hernomen en toen naar de drukker is gegaan. Als het niet pretendeerde modern-feministisch te zijn, zou het waarschijnlijk onder de term “chicklit 18+” vallen. Desondanks is er wel een beetje structuur. Alle taboes worden wel puntsgewijs afgewerkt. En dan niet taboes als “homofilie”, of “islamitisch worden”, zoals de brave rakkers doen, nee: smegma eten, anaal “neuken” met of zonder “chocodip” (chocodip laat zich door een ieder met een rijke fantasie raden) en braaksel drinken.

Het taalgebruik is beroerd. Ik moet eerlijk zeggen dat het me teleurstelde. Ik had verwacht dat in een boek als ‘Vochtige streken’, wel een aantal synoniemen zouden staan op seksueel gebied die ik nog niet ken. Nee, Roche komt niet verder dan kutje, neuken, pik en kont. Dat herhaalt ze zo vaak op een pagina dat het gaat irriteren.

Tussendoor weet Roche wel een aardige vraag te stellen: waarom associëren wij lichaamsgeuren met vies, en chemische geuren met schoon, aangenaam, fris? Maar me dunkt dat die ook gewoon als ergens op een A4tje had kunnen worden geschreven.

De plotwending aan het eind doet vermoeden dat Roche het schrijven gewoon zat was. Het besluit van Helen om bij haar ouders weg te gaan, en de bombarie waar mee dat gaat is nogal puberaal. In principe zou dit niet erg zijn, maar het lijkt er op alsof Roche dit ook echt als de beste oplossing ziet en niet als schrijnend.

Als je nog steeds een boek zoekt voor je schoonmoeder, raad ik deze af. Als je haar nog voor je moet winnen, zou ik zelfs stug volhouden dat je een complete oplage hebt gekocht, zodat je het ritueel kon verbranden. Als ze een stevige erfenis heeft, en je haar een hartaanval wilt bezorgen, of laten stikken in haar eigen kots: doen.

Vochtige streken, van Charlotte Roche is uiteraard bij de NRC Extra te koop, een echte recensie kun je hier (alleen een lijf, geen ouders) vinden

j j j

Boekje uit: Onze Oom, Arnon Grunberg

Wie literair lef heeft koopt Onze Oom. Want in de winkel kunnen de 639 pagina’s er ietwat monsterlijk uit zien. Gelukkig is Grunberg de man die je door dat tropisch regenwoud heen wil helpen. In Onze Oom vertelt hij het verhaal van De Oorlog. Oorlog zoals oorlog is. Als uitgangspunt neemt hij drie personen: De majoor, Lina (een kind) en later komt de Dirigent (een revolutionair). Alledrie schetsen ze een ander beeld van de oorlog.

De majoor ziet het plichtmatig, als bescherming van de staat, kortom: vanuit een westers oogpunt. Het morele besef van de majoor is niet waarneembaar. Hij denkt vanuit de regels, conventies en formele verantwoordelijkheid. Als iemand gemarteld wordt, is dat niet zijn verantwoordelijkheid. Hij pakt ze alleen op en brengt ze naar d e “verhoorfaciliteiten”.

Voor Lina lijkt de oorlog iets onbegrijpelijks. Zij wordt tijdens een operatie van De Majoor meegenomen, omdat haar ouders per ongeluk vermoord worden. De Majoor besluit dat zij bij hem en zijn vrouw komt wonen, omdat ze geen kinderen kunnen krijgen. Voortdurend is er de vraag of ze wel beseft dat het oorlog is. Uiteindelijk loopt ze weg, op zoek naar haar ouders. Ze raakt verdwaald in de stad en wordt daarna “in veiligheid gebracht”. Ze komt in een dorp terecht dat, zo blijkt, los van het Westerse (opgelegde) regime leeft. Zij worden geleid door een revolutionair, die de dirigent genoemd wordt.

De Dirigent probeert een tegenaanval te bewerkstelligen, met het volk. Hij is een begenadigd spreker en heeft nieuwe opvattingen over zaken als liefde, de functie van de mens en macht.

Al met al is het boek interessant, soms spannend en bij vlagen grappig. De grote waarde die De majoor hecht aan zijn kaneelbroodjes in een vuurgevecht is daar een voorbeeld van. Maar de vraag voor mij was aan het eind van het boek: waren hier nou 639 pagina’s voor nodig? Ik vind van niet. Ik denk dat het makkelijk in 500 pagina’s had gekund, met een beetje persen in 450.

Verder vind ik dat veel van de mannelijke hoofdpersonen op elkaar lijken in de boeken van Grunberg. Misschien komt het door zijn stijl. De hoofdpersonen lijken altijd ietwat pathetisch, hebben een rare fetisj met bepaalde dingen, ze herhalen vaak dezelfde gedachte, hetzelfde motto en in hun antwoorden herhalen ze vaak woorden van de voorafgaande vraag. Je zou haast kunnen zeggen dat Arnon (uit Blauwe Maandagen), Ewald Krieg (uit Figuranten), De majoor (uit Onze Oom) en tot slot Hofmeester (uit Tirza) dezelfde man zijn, maar dan in een andere levensfase.

Voor een hobbyloze stumper (zoals ik) die die boeken allemaal gelezen heeft, gaat dat na een tijdje de keel uithangen. Ik zou wel eens een roman van Arnon willen zien waar een grootse levensoptimist de hoofdrol heeft. Eentje die vol enthousiasme zijn leven leeft en niet laat leven.

Als er iemand is die dit leest en zich afvraagt: moet ik Onze Oom nou ook echt gaan lezen dan? Eh nee. Een samenvatting en een goede recensie voldoet ruim om mee te kunnen praten op een verjaardag. Tirza blijft Grunbergs hoogtepunt, lees dat en geef Onze Oom aan je schoonmoeder of zo.

Onze Oom van Arnon Grunberg kun je hier kopen.
En een fatsoenlijke recensie door NRC Boeken vindt je hier (“Geweld is als een koele rose”) en hier (“Eerst de oorlog, dan de moraal”).

j j j

Onze Sirkelslag-Carnavalskraker

Hossen, hossen, hossen want dat vinden wij zo fijn
met een paard, een toeter en een bloemetjes gordijn

En de A van Angelique, nee die is nu ook niet ziek
En de T van onze Tjeerd want we voelen ons vereerd
Met een bloemetjes gordijn

Hossen, hossen, hossen want dat vinden wij zo fijn
met een paard, een toeter en een bloemetjes gordijn

Jacco onze vriend, dat hebben wij verdiend
John dat is zo’n schat, maar met die hoed is het een rat
Met een bloemetjes gordijn

Hossen, hossen, hossen want dat vinden wij zo fijn
met een paard, een toeter en een bloemetjes gordijn

(we werden 64e)

j j j