— Tjeerd Posthuma(.nl)

Archive
Column

Vorige week zat Hero Brinkman bij Pauw en Witteman om te zeggen dat “de multi-culturele samenleving is mislukt.”

Dat is een boude stelling.

Ten eerste omdat toen de multi-culturele samenleving bedacht werd er voor zover ik weet geen succesfactoren bij zijn bedacht. Niemand heeft gezegd: “en als in oktober 2012 woensdag dan nog steeds geen roti-dag is, nou dan is het mislukt.”

Read More

WC-vandalisme is misschien wel de meest geëngageerde kunstvorm. De mening staat altijd centraal: “FUCK YOU!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!” En het bereik is groot, want “keizer, koning, admiraal, poepen doen we allemaal.” Bij de UvA wordt blijkbaar een lik op stukbeleid gevoerd, want de toiletten hebben daar meestal maar één of twee werken op de muur. Uiteraard kan dat ook betekenen dat UvAstudenten te beschaafd zijn voor dit soort kul, maar ik houd het op een overenthousiaste conciërge.

Vandaag las ik dit op de deurpost van het door mij gekozen closet: “kom op, je kunt het!” Het was geschreven op zithoogte. De literator had een potlood gekozen als schrijfwaar, dus het is makkelijk te verwijderen. Maar het is niet verwijderd. Dat bezorgde mij meteen een Disneygevoel.

Ik zag voor me hoe iemand (een meisje, of een jongen met een baard) lang op zijn zolderkamer had geworsteld: hoe de maatschappij een hart onder de riem te steken in deze tijden? En toen had zij, of hij-met-baard, het. Wie het te veel wordt gaat naar de wc, gaat zitten op de pot, en huilt. En als het emotionele puinhoopje tussen de vingers door even hopeloos voor zich uit kijkt, staat daar opeens op die deurpost: “kom op, je kunt het!

Of misschien wilde deze nobelprijswinnaar in spé juist de conciërge steunen in de strijd tegen opschriften, door een klein, makkelijk te verwijderen opschrift te maken met een hoopvolle boodschap. Elke dag als de conciërge weer in de walmen van honderden studenten staat te schrobben, moet ook hij ineenzeigen na de zoveelste tekst. En dan ziet de conciërge: “kom op, je kunt het!” En dat geeft hem moed, deze conciërge. Zoveel moed dat hij met zichzelf afspreekt: ik haal alles weg, maar deze laat ik staan.

Met nieuwe moed draaide ik mijn drol, veegde ik mijn kont en trok ik door. Het kan nog goed komen met de wereld, dacht ik. Deze tekst was daar het bewijs van, wat het verhaal er achter ook was.

Pas toen ik mijn handen waste en iemand hoorde persen met een overduidelijke moeite besefte ik waarvoor het waarschijnlijk was.

Read More

Er zijn maar weinig mensen die net zoveel sporten als ik: zelden tot nooit. De meeste mensen sporten meer. Ik ben niet goed in gym. Ik werd niet als laatste gekozen, maar zat wel altijd bij de laatste twee. Dat lijkt misschien hetzelfde, maar in de kleedkamer is dat echt een verschil in status.
Na de middelbare school had ik geen gym meer, maar wel een leuk leven. Leuke levens zijn fijn, maar maken je ook dik. Ik at onregelmatig, daardoor at ik meer, en sowieso schijnt het dat je dikker wordt van onregelmatig eten dan van regelmatig eten. Je lichaam spacet hem namelijk tijdens onregelmatig eten: het heeft geen idee wanneer de volgende maaltijd is dus slaat het al het vet op dat het maar kan vinden, inplaats van dat je lichaam denkt: dat gaan we eens even lekker verbranden. In combinatie met bier resulteert dit in tietjes. Je lichaam wordt een groot tietje. Je flobbert bij elke drempel.
Dat wilde ik niet, ik wil niet flobberen. Het flobberen maakte mij bang. Dus op de dag van mijn negentiende verjaardag sleepte ik mezelf met tietjes en al naar de sportsschool om me daar in te schrijven. Dinsdagagochtend om acht uur zou Patrick wel eventjes mijn conditie op orde brengen.
Ik ben nu twee weken verder. Ik word om de dag geintimideerd door mensen die wel fit zijn. Die spieren hebben. Ik douche expres thuis: bang voor alle spieren. En wat heb ik? Ik heb tietjes. Nog steeds tietjes. Ik flobber en blobber nog steeds over de drempels van Amsterdam, maar nu met spierpijn.

Read More

Toen ik eindelijk met een tonic en zonder boek bovenop de Pettemerduin zat te kijken naar hoe de zon in de kerncentrale verdween, vond ik de vakantie pas leuk. Helaas was dat de laatste dag.
Vakantie belichaamt alles wat mij tegen staat in het leven. Allereerst het feit dat je weggaat. Ik ben niet zo’n wereldwijze reiziger, meer een levendige local. Doe mij maar mijn eigen bed, daarvan weet ik tenminste zeker dat het al drie maanden niet verschoond is. En als ik gebrekkig Engels wil spreken kan ik ook gewoon naar mijn wasserette drie huizen verderop.
Ten tweede het ‘dolce far niente’. Ik houd van werken en dat mag niet op vakantie. Iemand heeft het idee gevat dat je pas echt tot rust komt als je niets doet. Ik word gek als ik niet werk, je haalt mij uit mijn natuurlijke omgeving en ritme. Als je dat met honden doet gaan ze blaffen en rondjes rennen, ik krijg het gevoel dat ik mijn energie niet kwijt kan. Dat resulteert in een lange fietstocht, bijvoorbeeld naar de Pettemerduin.
Want ik moest op vakantie, van ons mama. Ik mocht niet twee jaar niet op vakantie gaan. “Da’s niet goed voor een mens.” Dus liet ik mij overhalen om met een goede vriend naar Petten te gaan, bepakt en bezakt met tien boeken.
Want ik deed wel alsof ik op vakantie ging, maar stiekem heb ik een leesachterstand ingehaald. Boeken die ik nog moest lezen voor Het Werk. En op de laatste dag, een uur voor zonsondergang, had ik ze allemaal uit. Toen heb ik de energie uit me gefietst, naar de Pettemerduin.
Trots was ik, dat ik mijn werk af had, heerlijk op vakantie. Volgend jaar weer lekker met vakantie, besloot ik, terwijl de zon wegzakte.

Read More

Ik heb nooit begrepen wat mensen zagen in katten. Dat je een band kan krijgen met een hond, dat snap ik. Ze zijn trouw, je moet met ze spelen, je gaat samen naar cursus. En je moet ze meerdere malen per dag uitlaten. Als een wezen zo gewiekst, zo’n groot deel van je tijd weet te verslinden, moet je er wel gehecht aanraken.

Mijn neef heeft ook een kat. En aangezien ik op zijn huis pas, pas ik ook op die kat. Alleen is Huba, zo heet de kat, niet zo maar een kat. Huba is een echte kat. Eentje met grillen, temperament, een eigen wil en nagels. Als Huba midden in de nacht naar buiten wil, weet hij je te vinden. Hij zoekt het hele huis, krabbelt op alle deuren en blijft het langste bij jouw deur krabbelen. Dat noemen ze instinct. Huba heeft geen baasje, Huba is het baasje.

Al met al was ik dus altijd blij als Huba buiten was. Wij tolereerden elkaar. Ik was het sloofje dat de deur open deed en het etensbakje vulde. Huba was het enige nadeel aan het grote huis.

Als ik terug kwam van de IKEA en de deur open deed, glipte Huba vaak meteen al naar buiten. Om een uur later, als ik zat te eten. Bij de achterdeur door het glas te gaan staren. Net zo lang tot ik de deur opendeed. Als ik iets te lang wachtte begon meteen de sirene te werken. En ik gedachten zag ik dan al de buren geërgerd opkijken van hun eten. “Die jongen kan ook echt helemaal niks, hè. Dat Theo hem op z’n huis laat passen.”

Uiteraard had ik Huba ook op dat soort momenten buiten kunnen laten staan. Maar tot mijn grote spijt zijn er altijd waakzame buren, in deze wijk. “Ja, wij houden graag een oogje op elkaar.” Mompelde iemand toen ik de vuilnisbak vijf minuten te vroeg buiten zette. Een miauwende kat voor een deur, zouden zij niet toe staan.

Een week terug was Huba een hele nacht buiten. En ook in de ochtend stond hij nog niet bij de achterdeur. Dat zat me toch niet helemaal lekker. Nadat ik boodschappen had gedaan, had gewassen en had gegeten, hoorde ik hem miauwen.

Uiteraard liep Huba gewoon door naar boven. Maar na een half uur kwam hij weer naar beneden en ging hij pontificaal op de bank liggen spinnen. De bank waar ik altijd op lig. Dus ik besloot, als de wijste van ons twee, om op de andere bank te gaan liggen. Nog geen vijf minuten later lag Huba aan mijn voeteneind.

Uiteraard dansen we nu de hele dag samen door de kamer op kleffe vioolmuziek. Zetten we nu samen de vuilnisbak op tijd buiten en kijken we elke avond naar de ondergaande zon. Zo meteen zet de aftiteling in, alles copyright by Walt Disney, 2009.

Zelfs Huba blijkt dus mee te vallen. Desondanks blijf ik er bij, dat zowel Huba, als mijn nachtrust er bij gebaat zouden zijn als er een kattenluikje werd gemonteerd.

Read More

Sinds een tijdje pas ik op het huis van een neef van mij. Hij woont in Amsterdam, dus ik gedurende de periode van een maand ook. Het huis is groot, modern, en met veel technische snufjes. Mijn neef doet iets in de ICT, zijn vrouw ook. Ze zijn allebei goed, dus verdienen ze ook goed. Zo gaat dat in de ICT.

De hele situatie is als een soort oefening om op jezelf te wonen. Eten kopen en koken kan iedereen wel. Maar sinds een maand moet ik ook wassen, strijken, schoonmaken, een heel huis een beetje op orde houden, een kat te eten geven, eigenlijk gewoon een heel huishouden runnen in mijn eentje. En vooral: dat dan ook allemaal plannen.

Zoals al gezegd: koken kan ik wel een beetje. Maar mijn moeder heeft tot op heden niet de kans gezien om mij uit te leggen hoe je bijvoorbeeld een was draait, waar je op moet letten, hoe de wasmachine bij ons werkt, et cetera. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik haar die kans misschien ook niet heb gegeven. Uit vrees voor mijn vrije tijd. Alles natuurlijk onderbewust.

Dus toen ik door al mijn kleren heen was, stond ik voor de wasmachine in het ICT-huis van neeflief. Met een enorme stapel was. Natuurlijk had ik wel eens een wasmachine gezien. Als baby heb ik er zelfs vaak op geslapen. En bij ons thuis kun je er moeilijk omheen, want hij staat in de keuken, vlakbij de koelkast. Maar een wasmachine gebruiken?

Mijn neef heeft een tijdje bij ons het computernetwerk beheer gedaan. Van hem heb ik een heel belangrijk ding geleerd: elk probleem dat je hebt, heeft iemand anders ook al gehad. Het enige wat je moet doen is het in goede (kern)woorden op Google intikken en dan ben je nog maar een “ZOEK!” van je antwoord en oplossing verwijderd. Inmiddels doen wij het beheer zelf, op exact dezelfde manier. Het werkt, het heeft hem tenminste geen windeieren gelegd.

Ik ben een man. Mannen vragen nooit de weg. Tenminste niet aan een ander mens. Ook niet als iemand anders duidelijk meer expertise heeft op dat gebied. Ik had mijn moeder kunnen bellen. Ik had kunnen toegeven dat zelfstandig leven moeilijk was. Maar mijn mannelijke ego kan dat (nog) niet aan.

Dus ik start mijn MacBookpro op. Start de internetbrowser en ga naar google. “Onderbroekenwas hoeveel graden”. “ZOEK!” Nu moet ik bekennen dat het aantal huisvrouwen op de internetfora mij tegenviel. En de eensgezindheid ook. De temperaturen liepen uiteen van 40 tot 95 graden. Maar desondanks, met hier en daar wat herformuleren heb ik uiteindelijk de gok gewaagd. 60 graden wassen en dan daarna strijken, om de bacteriën te doden. Tjeerd kan de was doen.

As we speak heb ik ongeveer alles gewassen, op de goede temperatuur, met het goede wasmiddel, goed gestreken. Inmiddels kan ik bijna elke huishoudelijke uitdaging aan, Ik doe nu zelfs wekelijks een was op 95 graden, om de zeepresten weg te spoelen. Met dank aan het Vivaforum.

Erg ICT. Erg mannelijk.

Read More

In Hans en Grietje, moet Grietje (of Hans, ik haal ze altijd door elkaar) als ze bij de heks zijn om de zoveel tijd haar vinger door de spijlen van haar kooi steken. Dat is om te voelen of ze al dik genoeg is. Dik genoeg om op te eten. Daarna gaan ze de oven in, als het aan de heks ligt tenminste.

Wie dat na wil spelen kan nu terecht op het schoolterrein van de Beatrix en de Schakel. Daar staan, zoals inmiddels op elk schoolterrein in Nieuwegein, hekken. Niet zo maar hekken, nee, hekken van ongeveer een meter, en daaromheen dan weer hekken van twee meter. De gemiddelde gevangenisdirecteur zou er jaloers op zijn.

De heks van Hansje en Grietje ook, denk ik. Alle ouders kunnen nu achter de hekken wachten. Zijn de vingertjes te dun, dan mogen de kinderen niet mee naar huis. Begrijp mij goed: ik vergelijk jonge ouders niet met heksen. Dat doet de gemeente.

Ik vermoed dat de hekken zijn geplaatst om hangjeugd af te schrikken. Met die punten er boven op. Het zou me niks verbazen als ze er na acht uur duizend volt op zetten. Deden ze ook op Quantanamo Bay.

De jeugd afschrikken? Het is gewoon terrein af bakenen! Nou, niet dus. Want de hangjeugd kan nog gewoon op die pleinen komen. Echt? Ja, er zijn namelijk doorgangen gemaakt in de omheining. Gewoon gaten eigenlijk. Logisch, anders kunnen de kinderen er ook niet meer op.

De kans is trouwens groter dat het de kleine kinderen afschrikt, dan de grote gemene jongens. Stel je voor dat je op je eerste schooldag in groep één een hek van twee meter achter je hoort dichtslaan. Je probeert terug te rennen naar je moeder, je steekt je arm door het hek, je schreeuwt je huilt, maar mama is al boodschappen doen. En dan moet je opeens denken aan Hans en Grietje.

Het enige dat werkt tegen hangjongeren, is hangouderen. Echt waar. In Hengelo kwamen ook altijd hangjongeren, maakten veel troep, pisten in de zandbak en zo. Toen zijn mijn ouders en onze buren gewoon pontificaal op het pleintje gingen zitten. Flesje wijn erbij. Daar hadden ze niet van terug.

Aan de andere kant: waarom moet de toegang ontzegd worden aan die jongeren? Er van uit gaande dat hun ouders belasting betalen, hebben zij net zo veel recht om op dat plein te zijn als de scholieren. Uiteraard mits zij zich aan de regels houden. Maar de vraag is of je vandalisme oplost met een hek (waar je graffiti op kunt spuiten) van een meter, of twee meter.

Persoonlijk zou ik het dan leuk vinden om te kijken of ik er overheen kan klimmen. Of ik het om kan trekken met mijn scooter. Hans en Grietje naspelen. Dat hek roept eigenlijk alleen maar vandalistische creativiteit op. Dik kans dus dat het een soort hotspot wordt voor hangjeugd.

Het enige wat ons dan nog rest is een grote oven te plaatsen. Groot genoeg voor mensen. Maar de kans bestaat ook dat ze dan de wethouder daar in gooien. En dat willen we natuurlijk niet…

Read More

Ja, ook ik heb mijn iPod Touch geupdate naar OS 3.0. Vooruitgang enzo. Erg mooi.

Maar één ding snap ik niet, iets waarvan ik (als naïeve jonge volgeling van Steve Jobs vrede zij met hem) dacht dat dat wel goed kon zijn. Shake to shuffle.

Shake to shuffle is, voor de mensen die het echt niet weten, wat het zegt te zijn. Namelijk: schudden om naar een volgend liedje te gaan. Eerst vond ik het idioot dat het alleen op de iPod Nano zat. Achteraf gezien was ik er blij mee.

Na een korte installatie van mijn nieuwe verovering, loop ik met iPod de trap af. Per trede kwam er een nieuw liedje. Daarna op de fiets naar Vreeswijk. Same story: per trap een nieuw liedje. En tot overmaat van ramp: als ik zelf even wil shaken to shuffle, ligt dat blijkbaar niet in mijn motorische vaardigheden. Ik kan niet de shake maken, die mijn been op de trap, of op de fiets wel kan maken.

Ik voel me als een kind dat een hamster krijgt. Een hamster die tijdens het schoonmaken in de stofzuiger verdwijnt.

Read More

Hij is dood. Passé, vanaf nu mogen we hem gaan ophemelen of verafschuwen. Ik denk dat dat laatste gaat gebeuren, omdat we van onszelf weten dat we de doden iets te makkelijk ophemelen. Dat mag niet bij Michael Jackson gebeuren. Herhaaldelijk heeft men al gezegd dat alléén Thriller een goed album was. Dat we niet mogen vergeten dat hij gierende gek was. En dat de buren nu eindelijk met een gerust hart hun kinderen kunnen laten buitenspelen.

Ik persoonlijk vermoedde eerst dat het een publiciteitsstunt was. Waarom? Omdat het wél op de voorpagina van de Spits! stond, en niet op die van NRC Next. Het leek mij wel wat voor hem, zo rond vrijdag dood gaan en dan op zondag uit de dood verrijzen. Hij had zelfs de mensenmassa die hem wilde vermoorden. Die zouden we later betitelen als: “mensen die niet beter wisten”. Die nog niet beseften dat hij de Messias was.

Tot nu toe valt de afdeling marketing en communicatie van Jackson Inc. mij tegen, daar ze de meest essentiële stap in het proces (het “uit de dood verrijzen”) nog niet in werking hebben gezet. Toch jammer.

Bij de IKEA was zijn dood het gesprek van de dag. In de bedrijfskantine moonwalkte iedereen langs het buffet. Op de TV konden we een beknopte beschrijving zien van de stand van zaken, afgewisseld met Billy Jean en een deuntje van The Jackson Five dat, als je heel erg je best deed, bij de situatie paste.

Ik vind trouwens dat we The Jackson Five niet mogen uitvagen. Toen was Michael ook nog schattig en aantrekkelijk. Misschien kunnen we hem beter herinneren als Michael van de Jackson Five.

Ik ben trouwens niet de enige die denkt dat hij niet echt dood is. Hij staat voor veel mensen op hetzelfde lijstje als Elvis. Elvis zou alleen inmiddels al echt dood moeten zijn. Ik ben ook al de tel kwijt met de autopies die zijn gepleegd om te controleren of hij wel dood is, of hij niet door de vorige arts is vermoord, en of hij wel Michael is.

In 2005 gingen er ook al geruchten dat hij dood was aangetroffen. Dat bleek spam te zijn. Nog een mooie optie: CNN bracht gewoon spam.

Door de zelfmoord van Michael Jackson is een andere zelfmoord volledig onder gesneeuwd. Eentje die ik persoonlijk eigenlijk nieuwswaardiger vindt. Wat Michael deed was voorspelbaar. Achteraf gezien had iedereen het ook zien aan komen. Want wij kennen Michael. Maar wat Huibert Boumeester van ABN Amro deed was veel indrukwekkender.

Waarom? De topman was niet gek. De topman was geen pedofiel. De topman had geen pretpark in zijn achtertuin en was dus relatief gezien een gewone jongen gebleven. De topman deed het met pistolen die hij met vergunning had. Zowel de topman als de pistolen (ja, meervoud) waren al langere tijd vermist. En tot slot: tijdens de crisis van de jaren dertig schijnen wel meer bankiers zelfmoord te hebben gepleegd. Zo’n historische parallel is mooi, en laat misschien ook zien wat ons te wachten staat.

Maar dat is niet interessant. Why, why? Tell ‘em that’s human nature.

Read More

Wat heeft Nieuwegein? Het is een vraag die me bezig blijft houden. Wat is er in de historie van Nieuwegein waar we echt over kunnen opscheppen, bij ons 100-jarig bestaan? Een wereldrecord(poging) fietsbel-bellen en een leger aan processierupsen.

Processierupsen? Volgens Wikipedia zijn processierupsen, of eikenprocessierupsen niet Gods mooiste creatie. Ze vreten eikenbladeren, met name van zomereiken. Ze hebben voor de mens heel vervelende brandharen. Beetje zoals een vogelspin. En na een tijdje worden ze een eikenprocessierupsvlinder. Dat laatste is vooral vervelend omdat het tegen je taalgevoel in gaat. En ook tegen elke logica. Iets kan niet een rups en een vlinder tegelijk zijn.

Ze zijn trouwens van 1820 tot 1900 in Vianen gesignaleerd. In grote getalen. Ik wil niet stoken, maar ze waren dus eerst in Vianen en nu zijn ze “opeens” hier. Ik heb ze nooit gemogen, hunnie van daar beneden.

Wat gaan we aan deze eikenprocessierupsvlinders in spé doen? We versieren de bomen waar die kleine dondersteentjes op zitten met rode linten. Een paar dagen later komt dan een bomendokter, en die maakt ze dan weer beter. Eind goed, al goed. Mits je geen dronken geslaagde eindexamenkandidaten hebt in je dorp, die een leuk spelletje hebben bedacht.

Maar ook daar heeft de gemeente wat op verzonnen: ze roept alle burgers op om de betreffende lintjes te laten zitten. Zo, die zit.

Toen ik de lintjes zag om de eiken met een medische uitdaging, dacht ik dat iemand gewoon een spannende speur- of fietstocht had uitgezet. Zo kwam ik ook bij het nieuws van ons aanstaande fietsbellenrecord. We gaan dus een uur lang bellen met de fietsbel. “We” is minimaal duizend man, exclusief notaris. De herrie is onderdeel van Nieuwegein Bruist!. Ja, daar zullen omwonenden blij mee zijn. En van dat record wordt de Nieuwegeiner trots. Me dunkt dat die volgend seizoen uit de gemeentelijke subsidies worden geschrapt.

Of ze er misschien de rups mee kunnen verjagen? Dat zou een mooie wending zijn geweest, hé. Maar nee: de rups dient te worden weggebrand, en daarna te worden begraven of verdronken. En andere optie is een of ander giftig goedje in de bomen spuiten. Dat ontwikkelt zich dan in de darmen van de rups, waardoor de kaken verlammen en de rups binnen twee tot vijf dagen dood is.

Deze methodes zijn helaas niet toepasbaar op recordhouders in spé, of lintjestrekkers. Die zijn te hardnekkig, blijven te lang leven. Daar komt bij dat ze beschermt worden door het Nederlands wetboek, en de internationale rechten van de mens. De processierups kan zelfs niet op de steun van Marianne Thieme rekenen. Anders was ons park wel beschermd natuurgebied en dus een niet-bellen zone.

Als je nu in de omliggende gebieden woont. En dus binnen de geluidsradius van de recordhouders valt (Nieuwegein, Vianen, Ijsselstein, Houten en enkele zuidelijke delen van Utrecht). Of gewoon niet wil zeggen: “ik kom uit Nieuwegein, van dat fietsbel record.” Is er wel een sprankje hoop. Er bestaat een kans dat die rups zo pissig wordt van al dat gebel, dat hij in een keer al zijn haartjes op die holbewoners afschiet.

Read More